de kakariki
de kakariki
ROODVOORHOOFD KAKARIKI
Verspreiding :
De vertegenwoordigers van dit geslacht, de Kakariki’s, komen voor op Nieuw- Caledonië, Nieuw Zeeland en vele eilanden daar omheen, Norfolk Eiland en enkele subantarctische eilanden; dus niet op het Australische vasteland.
Kakariki: kleine parkiet, een naam die de Maori’s aan deze vogel hebben gegeven.
Dit geslacht telt zes soorten, waarvan er twee zijn uitgestorven. Ook twee ondersoorten zijn er niet meer.
Grootte :Lengte 28 cm
Gewicht: :ongeveer 60 gram
Ringmaat : 5,4 mm
Geslachtsonderscheid:Man en pop zijn in kleur gelijk: de man is iets forser en heeft ook een krachtiger kop en snavel. De pop kan wat minder rood achter het oog hebben. De volwassen man heeft geen vleugelstreep, de pop veelal wel.
De jongen lijken sterk op hun ouders. Ze hebben nog wat minder rood op de kop en een kortere staart; bovendien is de snavel wat lichter van kleur.
Sociale eigenschappen:Roodvoorhoofd kakariki’s zijn op Nieuw-Zeeland zeldzaam geworden en ze zijn daar alleen nog in de grotere oppervlakten bos aan te treffen.Het grootste deel van de dag wordt doorgebracht met het zoeken naar voedsel in de boomtoppen of in de buitenste takken van struiken.Ze komen vaak naar de grond om zaden op te nemen. Ze zijn tam en laten zich dicht benaderen.
Geschikte behuizing:Deze parkieten zijn dankbare volière bewoners, die door ieder liefhebber kunnen worden gehouden. Ze zijn bij uitstek geschikt voor de beginners.
Ze zijn niet agressief en kunnen zelfs wel in gemengde collecties, maar de beste resultaten worden toch behaald als ze apart per paar worden gehuisvest.
Ze kunnen namelijk zo worden afgeleid dat ze hun eigen plichten wat vergeten, en ze kunnen de andere bewoners bij het broeden storen
Ze scharrelen veel op de grond en krabben daarin op een kipachtige manier; dit betekent dat ze vrij gevoelig kunnen zijn voor wormbesmetting. Dit krabben willen ze ook wel in de zaadbak doen, waardoor ze alles er uitgooien.
Ze moeten verder veel bad water hebben.
Ze hebben een zeer eigen en herkenbaar geluid; het doet denken aan het mekkeren van een geit.
De Duitse naam verwijst daarnaar: Ziegensittich = geiteparkiet
Activiteiten:
Het zijn allemaal erg actieve vogels die voortdurend in beweging zijn; ze lopen erg snel over de zitstokken en op en neer langs het gaas zonder de snavel daarbij te gebruiken.
Ze hebben lange poten, wat er op duidt dat ze veel op de grond verblijven. Ze kunnen daar als kippen in de bodem krabben. Ze houden van groenvoer en het zijn enthousiaste baders.
Voeding :Kakariki’s eten vooral de zaden en vruchten van verschillende bomen en struiken, daarnaast doen ze zich tegoed aan bloesems, bladeren en grasscheuten.
Uit het onderzoek is gebleken dat het menu in het wild een hoop proteïnegehalte heeft. In de volière moeten ze wel groenvoer hebben.
Kweek:Normaal gesproken zijn kakariki’s na een jaar geslachtsrijp. Ze zijn hier echter al zo lang gekweekt dat dit tijdstip steeds vroeger komt te liggen.
Er zijn zelfs poppen van vier maanden die broeden en mannen van drie maanden die bevruchten. Het is echter voor de ontwikkeling van de vogels niet goed dit toe te laten. Het is veel beter rustig het volgende seizoen af te wachten en ze niet eerder een blok ter beschikking te stellen.
Als laatste: kijk niet vreemd op als uw kakariki’s een keer een jaar niet broeden. Ze willen om onduidelijke reden nog wel eens doen. Het is natuurlijk geen reden voor paniek het jaar daarop pakken ze vrolijk de draad weer op.
Broedgelegenheid :De meeste kakariki’s broeden in de natuur in holle bomen; op de eilanden rond Nieuw- Zeeland maken ze echter ook veelvuldig gebruik van rotsspleten.
In de volière kan worden volstaan met een blok van 35 x 18 x 18 cm. met een invlieggat van hoogstens 6 cm. Deze parkieten zin bepaald niet kieskeurig.
Eieren : De kakariki is een zeer vruchtbare vogel. De nesten bestaan uit vijf tot negen eieren, en de daaruit geboren jongen worden voorbeeldig grootgebracht. Het broeden neemt negentien tot twintig dagen in beslag, en de pop neemt dat volledig voor haar rekening.
De man voert haar dan door het invlieggat of buiten de blok. Als er jongen zijn gaat hij meer het blok in . Het uitvliegen vind plaats rond de vijfendertigste dag na de geboorte.
Een kakariki kan meerdere broedsels per seizoen grootbrengen.
Mutaties :Er is al langere tijd een geelbonte kakariki. Verder kennen we de cinnamon kakariki, Deze vererft geslachtsgebonden recessief.
De jongen worden geboren met rode ogen: na een dag of drie beginnen die donker te worden.
Bijzonderheden :Tenslotte kan worden opgemerkt dat kakariki’s uitstekende pleegouders zijn. Let er wel op dat de eieren, die ze eventueel krijgen toevertrouwd niet van vogels van een veel groter formaat zijn.
Kakariki’s zijn erg nieuwsgierig en worden daardoor erg tam, vooral als u er wat tijd aan besteedt.